Onze aanpak
Tweede spoortraject: complete uitleg voor werkgevers en werknemers
Kort antwoord: een tweede spoortraject is re-integratie naar passend werk bij een andere werkgever. Spoor 2 komt in beeld zodra structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie niet of niet tijdig haalbaar lijkt. Werkgever en werknemer blijven samen verantwoordelijk voor de re-integratie. Rond het eerste ziektejaar vindt een belangrijk herijkingsmoment plaats. Is er dan geen concreet perspectief op structurele werkhervatting binnen drie maanden bij de eigen werkgever, dan moet een adequaat tweede spoortraject volgens de huidige UWV-lijn uiterlijk binnen zes weken na de Eerstejaarsevaluatie starten. Soms moet dat al eerder.
Wat is een tweede spoortraject?
Een tweede spoortraject, ook wel spoor 2 of re-integratie tweede spoor genoemd, is een traject gericht op structurele werkhervatting bij een andere werkgever. Het gaat om werknemers die door ziekte hun eigen werk niet volledig kunnen uitvoeren en voor wie terugkeer in eigen, aangepast eigen of ander passend werk binnen de huidige organisatie onvoldoende perspectief biedt.
Het doel is niet simpelweg “solliciteren omdat het moet”. Een adequaat traject brengt eerst in kaart wat de werknemer, rekening houdend met de door de bedrijfsarts vastgestelde belastbaarheid, nog kan. Daarna worden een persoonsprofiel en zoekprofiel opgesteld en volgen gerichte activiteiten om de afstand tot passend werk te verkleinen. Denk aan arbeidsmarktoriëntatie, profilering, netwerken, sollicitatievaardigheden, scholing wanneer die doelmatig is, proefplaatsing of detachering.
Een tweede spoortraject beëindigt de arbeidsovereenkomst niet. De werknemer blijft in beginsel in dienst en de re-integratieverplichtingen lopen door. Ook vervalt spoor 1 niet automatisch: zolang terugkeer bij de eigen werkgever nog een reële mogelijkheid is, kunnen spoor 1 en spoor 2 naast elkaar worden uitgevoerd.
Wat is het verschil tussen eerste spoor en tweede spoor?
| Onderdeel | Eerste spoor | Tweede spoor |
|---|---|---|
| Waar? | Bij de eigen werkgever | Bij een andere werkgever |
| Volgorde | Eerst onderzoeken | Starten zodra intern perspectief ontbreekt of onvoldoende tijdig is |
| Mogelijkheden | Eigen werk, aangepast eigen werk of ander passend werk | Structureel passend werk buiten de organisatie |
| Kunnen beide tegelijk? | Ja. Bij onzeker intern perspectief kunnen beide sporen parallel lopen. | |
| Eindverantwoordelijk | De werkgever, samenwerkend met de werknemer en ondersteund door deskundigen | |
Bij eerste spoor onderzoekt de werkgever serieus of het eigen werk kan worden hervat, eventueel met aangepaste taken, uren, hulpmiddelen of werkplek. Als dat niet kan, moet ook ander passend werk binnen de onderneming worden onderzocht. Bij grotere concerns kan, afhankelijk van de omstandigheden, meer worden verwacht van het onderzoek binnen de bredere organisatie dan bij een kleine werkgever.
Bij tweede spoor verschuift het zoekgebied naar de externe arbeidsmarkt. Een nieuwe baan is het gewenste resultaat, maar UWV beoordeelt vooral of de inspanningen tijdig, logisch, voldoende intensief en passend waren. Het uitblijven van plaatsing betekent daarom niet automatisch dat het traject onvoldoende was; andersom maakt alleen het inkopen van een traject de aanpak nog niet adequaat.
Wet verbetering poortwachter: wat houdt die precies in?
De term Wet verbetering poortwachter wordt vaak gebruikt alsof het één losstaand wetboek is. In werkelijkheid gaat het om een samenstel van wettelijke regels en uitvoeringskaders. Belangrijke verplichtingen staan onder meer in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), de Arbeidsomstandighedenwet, de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar en de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter. UWV beschrijft de praktische beoordelingslijn in de Werkwijzer Poortwachter.
Het uitgangspunt is dat werkgever en werknemer zich gedurende de eerste 104 ziekteweken actief inspannen voor herstel en duurzame werkhervatting. De werkgever moet passende arbeid binnen het eigen bedrijf aanbieden en, als daarvoor geen reële mogelijkheden bestaan, de inschakeling in passende arbeid bij een andere werkgever bevorderen. De werknemer moet meewerken aan redelijke maatregelen, passende arbeid verrichten en de afgesproken re-integratieactiviteiten uitvoeren.
De aanpak is resultaatgericht én inspanningsgericht. Eerst kijkt UWV bij de WIA-aanvraag of een bevredigend re-integratieresultaat is bereikt. Is dat niet zo, dan beoordeelt UWV of de verrichte inspanningen redelijk en adequaat waren en of er voor tekortkomingen een deugdelijke grond bestond. Een medisch advies alleen ontslaat werkgever en werknemer dus niet van de verantwoordelijkheid om passende arbeidsmogelijkheden zorgvuldig te onderzoeken.
Werkgever en werknemer leggen de afspraken en voortgang vast in het re-integratiedossier. Dat dossier vormt de basis voor het re-integratieverslag dat rond de WIA-aanvraag aan UWV wordt verstrekt. De werkgever blijft eindverantwoordelijk, ook als een arbodienst, casemanager, arbeidsdeskundige of extern re-integratiebureau is ingeschakeld.
Wanneer moet een tweede spoortraject worden gestart?
De praktische hoofdregel is: start spoor 2 zodra duidelijk is dat structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie niet of niet binnen afzienbare tijd haalbaar is. Wachten tot het eerste ziektejaar voorbij is, is niet nodig en kan te laat zijn als het ontbreken van intern perspectief al eerder vaststaat.
De Eerstejaarsevaluatie rond week 52 is het formele “opschudmoment”. Werkgever en werknemer kijken terug, herijken het Plan van aanpak en bepalen wat in het tweede ziektejaar nodig is. Volgens de geldende UWV-lijn moet bij onvoldoende intern perspectief een adequaat tweede spoortraject uiterlijk binnen zes weken na de Eerstejaarsevaluatie starten. Na die evaluatie mogen activiteiten in spoor 2 alleen achterwege blijven als er een concreet en onderbouwd perspectief bestaat op structurele werkhervatting binnen drie maanden in eigen, aangepast eigen of ander passend werk bij de eigen werkgever.
“Concreet perspectief” is meer dan hoop op herstel. Er moet een realistische, toetsbare verwachting zijn, passend bij de belastbaarheid en bij daadwerkelijk beschikbaar werk. Blijkt de verwachting niet uit te komen, dan moet de koers direct worden herzien. Bij twijfel is parallel inzetten van spoor 1 en spoor 2 vaak verstandiger dan afwachten.
Wie besluit over de start?
De bedrijfsarts adviseert over belastbaarheid, prognose en functionele mogelijkheden. Een arbeidsdeskundige kan vervolgens beoordelen of het eigen werk passend te maken is en of ander passend werk binnen de organisatie aanwezig is. De werkgever neemt, in overleg met de werknemer en met gebruik van die adviezen, de re-integratiebeslissingen en draagt de eindverantwoordelijkheid. Een arbeidsdeskundig onderzoek is niet in iedere zaak als afzonderlijke wettelijke stap voorgeschreven, maar is vaak belangrijk om de keuze voor spoor 1, spoor 2 of een parallelle aanpak zorgvuldig te onderbouwen.
Tijdlijn Wet verbetering poortwachter: week 1 tot en met 104
Onderstaande tijdlijn geeft de belangrijkste wettelijke en praktische momenten weer. Een individuele situatie kan om eerdere actie of extra evaluaties vragen.
| Moment | Wat gebeurt er? | Aandachtspunt voor spoor 2 |
|---|---|---|
| Week 1 | De werkgever meldt de werknemer ziek bij de arbodienst of bedrijfsarts en start de verzuimbegeleiding. | Blijf vanaf het begin kijken naar mogelijkheden, niet alleen naar beperkingen. |
| Uiterlijk week 6 | De bedrijfsarts of arbodienst stelt bij dreigend langdurig verzuim een Probleemanalyse op. | De belastbaarheid en verwachting vormen input voor de re-integratiekoers. |
| Uiterlijk week 8 | Werkgever en werknemer maken op basis van de Probleemanalyse een Plan van aanpak en wijzen een casemanager aan. | Leg doelen, acties, verantwoordelijkheden en evaluatiemomenten concreet vast. |
| Minstens iedere 6 weken | Werkgever en werknemer bespreken de voortgang en stellen het Plan van aanpak zo nodig bij. | Signaleer tijdig wanneer terugkeer intern stagneert of het perspectief verandert. |
| Week 42 | De werkgever meldt het langdurig ziekteverzuim bij UWV. | Controleer of het dossier compleet en actueel is. |
| Rond week 52 | Werkgever en werknemer maken de Eerstejaarsevaluatie: het opschudmoment. | Herbeoordeel spoor 1 grondig en bepaal of spoor 2 nodig is. |
| Uiterlijk circa week 58 | Bij onvoldoende intern perspectief moet spoor 2 volgens de UWV-lijn uiterlijk binnen zes weken na de Eerstejaarsevaluatie zijn gestart. | Alleen concreet perspectief op structurele interne hervatting binnen drie maanden kan uitstel na de evaluatie rechtvaardigen. |
| Week 87–88 | Werkgever en werknemer stellen de Eindevaluatie op; UWV stuurt rond week 88 informatie over de WIA-aanvraag. | Leg resultaten, inspanningen, bijstellingen en eventuele resterende kansen volledig vast. |
| Uiterlijk volgens UWV-brief, doorgaans rond week 93 | De werknemer vraagt WIA aan binnen de in de brief genoemde termijn en zorgt dat het re-integratieverslag compleet wordt aangeleverd. | Werkgever verstrekt tijdig de stukken; medische informatie gaat niet via de werkgever. |
| Na 104 weken | De normale wachttijd eindigt. UWV beoordeelt het re-integratieverslag en de WIA-aanspraak. | Bij onvoldoende werkgeversinspanningen kan UWV maximaal 52 weken extra loondoorbetaling opleggen. |
Zie voor de officiële stappen de informatie van Rijksoverheid over regels bij ziekte, de UWV-uitleg over de Probleemanalyse, het Plan van aanpak en de Eerstejaarsevaluatie.
Rollen en verantwoordelijkheden bij tweede spoor
De werkgever
De werkgever organiseert en financiert de re-integratie, biedt passende arbeid aan, onderzoekt interne mogelijkheden en bevordert zo nodig plaatsing bij een andere werkgever. De werkgever bewaakt de voortgang, reageert op wijzigingen in de belastbaarheid en zorgt voor een deugdelijk dossier. Uitbesteding aan een re-integratiebureau verandert deze eindverantwoordelijkheid niet.
De werknemer
De werknemer werkt actief mee aan redelijke re-integratieactiviteiten, verschijnt op afspraken, verstrekt noodzakelijke informatie aan de bedrijfsarts, denkt mee over passende mogelijkheden, accepteert passend werk en voert afgesproken acties uit. Van de werknemer wordt serieuze inzet verwacht, maar niet dat die werkzaamheden uitvoert die medisch niet verantwoord zijn. Bij twijfel over passendheid kan een deskundigenoordeel uitkomst bieden.
De bedrijfsarts
De bedrijfsarts beoordeelt de gezondheid in relatie tot werk, beschrijft functionele mogelijkheden en beperkingen en adviseert over re-integratie. De werkgever hoort geen diagnose of medische details te ontvangen. Wel mag de bedrijfsarts informatie geven die nodig is voor werkhervatting, zoals belastbaarheid, verwachte duur en mogelijke aanpassingen. Alleen een bedrijfsarts kan een medisch oordeel geven; de werkgever, coach en arbeidsdeskundige doen dat niet.
De arbeidsdeskundige
De arbeidsdeskundige vertaalt de belastbaarheid naar werk: is het eigen werk passend, kan het passend worden gemaakt, bestaat ander passend werk bij de werkgever en wat is een realistisch extern zoekgebied? Het onderzoek helpt om beslissingen controleerbaar te onderbouwen. De arbeidsdeskundige stelt niet zelfstandig medische beperkingen vast.
Het re-integratiebureau
Een gespecialiseerd bureau voert het tweede spoortraject uit binnen de afgesproken kaders. Volgens de Werkwijzer hoort een adequaat tweede-spoorplan ten minste een persoonsprofiel, een beredeneerd zoekprofiel, samenhangende activiteiten, tijdsplanning en rapportagemomenten te bevatten. De aanpak moet worden aangepast wanneer belastbaarheid, arbeidsmarkt of perspectief veranderen.
UWV
UWV begeleidt een werknemer met een werkgever niet dagelijks in het poortwachterproces. UWV kan op verzoek een deskundigenoordeel geven en beoordeelt rond de WIA-aanvraag het re-integratieverslag. Daarna volgt, als de re-integratie-inspanningen voldoende zijn, de sociaal-medische WIA-beoordeling.
Hoe verloopt een goed tweede spoortraject?
- Intake en dossieranalyse. De coach bespreekt de achtergrond, verwachtingen en actuele werksituatie en bestudeert alleen de voor het traject noodzakelijke informatie. Medische diagnoses horen niet thuis in rapportages aan de werkgever.
- Persoonsprofiel. Opleiding, ervaring, vaardigheden, interesses, competenties, belastbaarheid en relevante randvoorwaarden worden samengebracht tot een realistisch vertrekpunt.
- Zoekprofiel. Het traject benoemt beredeneerd welke functies, werkzaamheden, branches, urenomvang en regio aansluiten. Een zoekprofiel mag niet zo nauw zijn dat kansen onnodig verdwijnen en ook niet zo breed dat gerichte actie onmogelijk wordt.
- Plan en activiteiten. Werkgever, werknemer en uitvoerder leggen doelen, planning, contactfrequentie en verantwoordelijkheden vast. Mogelijke activiteiten zijn arbeidsmarktverkenning, cv, LinkedIn, pitch, netwerken, vacatureanalyse, sollicitatietraining, jobsearch en werkgeversbenadering.
- Actieve bemiddeling. Alleen documenten maken is onvoldoende. De werknemer onderneemt aantoonbare, passende acties en het bureau ondersteunt gericht bij contacten en kansen op de arbeidsmarkt.
- Evaluatie en bijstelling. De coach rapporteert periodiek over activiteiten en voortgang. Verandert de belastbaarheid of levert de gekozen richting te weinig kansen op, dan worden profiel en aanpak aangepast.
- Plaatsing en nazorg. Bij een match worden afspraken over taken, uren, opbouw en eventuele detachering of proefperiode zorgvuldig afgestemd. Waar afgesproken kan nazorg bijdragen aan duurzame werkhervatting.
Bij Worksense sluit deze aanpak aan op bredere ondersteuning zoals loopbaanbegeleiding en persoonlijke coaching, zonder het wettelijke doel en de zakelijke rapportage uit het oog te verliezen.
Wat is passend werk bij re-integratie?
Passende arbeid is werk dat, gelet op de krachten en bekwaamheden van de werknemer, redelijkerwijs kan worden opgedragen. In de beoordeling spelen onder meer de functionele mogelijkheden, opleiding, ervaring, reistijd, urenomvang, loonwaarde en het stadium van de re-integratie een rol. Wat aan het begin van de ziekteperiode passend is, kan later veranderen.
De bedrijfsarts bepaalt de medische belastbaarheid; werkgever en arbeidsdeskundige onderzoeken welke werkzaamheden daarbij passen. Een tweede spoorcoach vertaalt dit naar kansrijke functies op de externe arbeidsmarkt. Een werknemer hoeft geen werk te aanvaarden dat aantoonbaar niet passend is, maar kan passend werk niet zonder goede reden weigeren. Bij een serieus geschil is snel professioneel advies of een deskundigenoordeel belangrijker dan stilstand.
Wanneer is een tweede spoortraject niet of nog niet nodig?
Spoor 2 is niet automatisch nodig bij iedere langdurige ziekmelding. Het kan achterwege blijven zolang er een concreet en voldoende onderbouwd perspectief bestaat op structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie binnen de relevante termijn. Rond en na de Eerstejaarsevaluatie hanteert UWV daarvoor de genoemde termijn van drie maanden.
Ook wanneer de werknemer op medische gronden tijdelijk geen benutbare mogelijkheden heeft, kunnen actieve arbeidsgerichte stappen op dat moment niet mogelijk zijn. Dat betekent niet automatisch dat het dossier tot week 104 kan worden stilgelegd. De bedrijfsarts moet de situatie volgen en bij herstel van mogelijkheden moet de aanpak voortvarend worden hervat. Bij een zeer geringe kans op herstel en duurzaam volledige arbeidsongeschiktheid kan de bedrijfsarts adviseren om een vervroegde WIA-aanvraag te onderzoeken.
Een aankomende behandeling, een reorganisatie, onzekerheid over vacatures of de wens om eerst “nog even af te wachten” is op zichzelf doorgaans geen voldoende onderbouwing om spoor 2 uit te stellen. Evenmin is spoor 2 overbodig alleen omdat de werknemer gedeeltelijk in spoor 1 werkt. De vraag blijft of er concreet zicht is op structurele, passende hervatting.
Deskundigenoordeel UWV en second opinion: wat is het verschil?
Werkgever of werknemer kan bij stagnatie of verschil van inzicht een deskundigenoordeel bij UWV aanvragen. UWV kan onder meer oordelen over de vraag of de werknemer het eigen werk kan doen, of aangeboden werk passend is en of werkgever of werknemer voldoende re-integratie-inspanningen heeft geleverd. Het oordeel is niet bindend en er staat geen bezwaar tegen open, maar het kan helpen het proces vlot te trekken en weegt vaak mee in een latere beoordeling of procedure.
Een second opinion is iets anders. De werknemer vraagt daarbij een andere bedrijfsarts om een tweede medisch-arbeidsgeneeskundig oordeel wanneer die twijfelt aan het advies van de eigen bedrijfsarts. De lopende afspraken worden niet automatisch opgeschort. Bij twijfel over re-integratie-inspanningen of passend werk is doorgaans het deskundigenoordeel het passende instrument; bij twijfel over het bedrijfsartsadvies kan een second opinion passen.
Lees meer op de officiële pagina’s van Rijksoverheid over onenigheid bij re-integratie en UWV over het Plan van aanpak en deskundigenoordeel.
Re-integratieverslag en WIA-aanvraag
Het re-integratieverslag laat zien wat werkgever, werknemer en bedrijfsarts gedurende de ziekteperiode hebben gedaan. Een regulier verslag bevat onder meer de Probleemanalyse en bijstellingen, het Plan van aanpak en bijstellingen, de (Eerstejaars)evaluatie, het Actueel oordeel van bedrijfsarts of arbodienst en de Eindevaluatie. Aanvullende stukken, zoals periodieke evaluaties en een arbeidsdeskundig rapport, kunnen relevant zijn.
De werkgever geeft de werknemer kopieën van de benodigde stukken. De werknemer is er in beginsel verantwoordelijk voor dat UWV het complete re-integratieverslag ontvangt bij de WIA-aanvraag, tenzij partijen afspreken dat de werkgever documenten via het werkgeversportaal uploadt. Medische informatie wordt door of voor de werknemer afzonderlijk aangeleverd en is niet voor inzage door de werkgever.
Rond de 88e ziekteweek stuurt UWV de werknemer een brief over de WIA-aanvraag. Vanaf dat moment geldt een aanvraagtermijn van zes weken; de exacte uiterste datum staat in de brief. Te laat aanvragen kan een tijdelijk inkomensgat veroorzaken. Bekijk de actuele instructies voor de WIA-aanvraag, de benodigde WIA-documenten en het re-integratieverslag.
UWV beoordeelt eerst of de re-integratie-inspanningen voldoende zijn. Pas als die toets kan worden afgerond, volgt de beoordeling van het recht op een WIA-uitkering. Een geslaagd tweede spoortraject en een WIA-aanspraak zijn verschillende zaken: iemand kan gedeeltelijk werken en toch een WIA-beoordeling krijgen, of voldoende inspanningen hebben verricht zonder een nieuwe baan te vinden.
Wat is een loonsanctie en hoe verklein je het risico?
Oordeelt UWV dat de werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft geleverd, dan kan UWV de loondoorbetalingsverplichting na 104 weken met maximaal 52 weken verlengen. Tijdens deze verlengde periode moet de werkgever de tekortkomingen herstellen en blijft het opzegverbod wegens ziekte in beginsel gelden. Als de vereiste reparaties eerder zijn uitgevoerd, kan de werkgever UWV vragen de sanctieperiode te bekorten.
Een loonsanctie is geen automatische straf omdat de werknemer geen nieuwe baan heeft gevonden. Het gaat om tekortschietende inspanningen, bijvoorbeeld te laat starten met spoor 2, interne mogelijkheden onvoldoende onderzoeken, onvoldoende regie voeren, een niet-passend of te vrijblijvend traject laten voortduren of adviezen zonder goede reden niet opvolgen. Tijdigheid, inhoudelijke kwaliteit en aantoonbare bijstelling zijn daarom essentieel.
Wat als de werknemer niet meewerkt?
De werkgever moet de werknemer aanspreken op onvoldoende medewerking en zo nodig passende arbeidsrechtelijke maatregelen nemen. Afhankelijk van de precieze tekortkoming kan sprake zijn van opschorting van loon — bijvoorbeeld wanneer controlevoorschriften niet worden nageleefd — of stopzetting van loon, onder meer bij het zonder deugdelijke grond weigeren van passende arbeid of redelijke re-integratiemaatregelen. Dit onderscheid is juridisch belangrijk. Een maatregel moet zorgvuldig worden aangekondigd en toegepast; laat een concreet geval arbeidsrechtelijk beoordelen.
Meer informatie over de UWV-toets en herstelmogelijkheid staat bij Beoordeling re-integratieverslag.
Drie praktijkvoorbeelden
Voorbeeld 1: spoor 2 moet eerder dan week 52 starten
Een werknemer kan de eigen fysiek zware functie blijvend niet meer uitvoeren. Een arbeidsdeskundige stelt in maand acht vast dat aanpassing niet mogelijk is en dat intern geen passend werk bestaat. Afwachten tot de Eerstejaarsevaluatie kost onnodig tijd. De werkgever start spoor 2 direct en blijft tegelijk alert op nieuwe interne mogelijkheden.
Voorbeeld 2: tijdelijk uitstel na de Eerstejaarsevaluatie
Rond week 52 werkt een werknemer al in aangepaste eigen werkzaamheden. De bedrijfsarts verwacht een verdere urenopbouw en de werkgever heeft concreet structureel werk beschikbaar. De onderbouwde verwachting is dat volledige passende hervatting binnen drie maanden haalbaar is. Spoor 2 kan tijdelijk achterwege blijven, mits de voortgang scherp wordt gevolgd en de koers direct verandert wanneer de opbouw stagneert.
Voorbeeld 3: eerste en tweede spoor parallel
Een werknemer werkt gedeeltelijk in een interne functie, maar het is onzeker of die functie structureel beschikbaar en volledig passend blijft. Omdat een duurzame oplossing binnen drie maanden niet concreet genoeg is, start de werkgever spoor 2. De interne opbouw loopt door, terwijl extern naar passende functies wordt gezocht. Zo blijven beide reële routes open.
Veelgemaakte fouten bij een tweede spoortraject
- Te laat beginnen. Week 52 is geen standaard startdatum en zes weken na de Eerstejaarsevaluatie is geen uitnodiging om altijd tot het laatste moment te wachten.
- Spoor 1 te vroeg loslaten. De start van spoor 2 beëindigt interne re-integratie niet automatisch.
- Hoop verwarren met concreet perspectief. Een behandeling of verwachte verbetering moet worden vertaald naar realistisch, beschikbaar en structureel werk.
- Geen arbeidskundige onderbouwing. Zonder goede functieanalyse blijven interne en externe mogelijkheden te vaag.
- Een standaardtraject inkopen. Het plan moet aansluiten op belastbaarheid, profiel, afstand tot de arbeidsmarkt en actuele kansen.
- Alleen sollicitaties tellen. Een adequaat traject vraagt een samenhangende route van analyse, zoekprofiel, arbeidsmarktbenadering, evaluatie en bijstelling.
- Onvoldoende regie door de werkgever. De leverancier voert uit, maar de werkgever blijft verantwoordelijk.
- Medische gegevens in voortgangsrapportages opnemen. Deel alleen informatie die noodzakelijk is voor re-integratie en respecteer de privacyrollen.
- Stagnatie laten voortduren. Bespreek geschillen snel en zet zo nodig een deskundigenoordeel of juridisch advies in.
- Een mooi dossier belangrijker maken dan echte actie. Verslaglegging moet aantonen wat daadwerkelijk en doelgericht is gedaan.
Tweede spoor re-integratie bij Worksense
Een tweede spoortraject raakt wetgeving, werk en persoonlijke verandering. Worksense combineert daarom een professionele aanpak met individuele begeleiding. De deelnemer werkt gedurende het traject met één vaste coach die de persoon, het zoekprofiel en de voortgang kent. De lijnen met de werkgever zijn kort en rapportages worden op afgesproken momenten verzorgd.
De begeleiding kan onder meer bestaan uit een persoonlijk en arbeidsmarktgericht profiel, onderzoek naar kansrijke functies, cv en LinkedIn, profilering, netwerken, vacaturestrategie, sollicitatievoorbereiding en actieve voortgangsevaluatie. De aanpak wordt aangepast wanneer de belastbaarheid of arbeidsmarktkansen veranderen.
Lees meer over re-integratie tweede spoor bij Worksense, algemene re-integratiebegeleiding en de tarieven en trajectmogelijkheden. Wilt u een situatie vrijblijvend bespreken? Neem contact op met Worksense voor een kennismaking in Amersfoort of omgeving.
Veelgestelde vragen over het tweede spoortraject
1. Wat betekent tweede spoor?
Tweede spoor betekent re-integratie naar structureel passend werk bij een andere werkgever. Het wordt ingezet wanneer terugkeer in eigen, aangepast eigen of ander passend werk bij de huidige werkgever niet of niet tijdig haalbaar is.
2. Is een tweede spoortraject altijd verplicht na één jaar ziekte?
Nee. Het is niet automatisch verplicht bij iedere werknemer die één jaar ziek is. Na de Eerstejaarsevaluatie kan spoor 2 alleen achterwege blijven als er concreet perspectief is op structurele werkhervatting binnen drie maanden bij de eigen werkgever. Als intern perspectief al eerder ontbreekt, moet spoor 2 eerder starten.
3. Wanneer moet een tweede spoortraject uiterlijk starten?
Volgens de huidige UWV-lijn uiterlijk binnen zes weken na de Eerstejaarsevaluatie, wanneer er geen concreet perspectief bestaat op structurele werkhervatting binnen drie maanden bij de eigen werkgever. De omstandigheden kunnen een eerdere start noodzakelijk maken.
4. Mag spoor 2 al vóór het eerste ziektejaar beginnen?
Ja. Zodra voldoende duidelijk is dat structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie niet haalbaar is, kan en moet het externe traject worden ingezet. De Eerstejaarsevaluatie is een uiterste herijking, geen verplichte wachtdatum.
5. Stop het eerste spoor wanneer spoor 2 start?
Nee, niet automatisch. Als er nog reële interne mogelijkheden zijn, lopen beide sporen naast elkaar. Alleen een duidelijke, juridisch houdbare wijziging van de koers kan daar verandering in brengen.
6. Wie betaalt het tweede spoortraject?
De werkgever draagt in de reguliere situatie de kosten van de re-integratie en blijft eindverantwoordelijk, ook wanneer een extern bureau het traject uitvoert.
7. Moet een werknemer meewerken aan spoor 2?
Ja. De werknemer moet meewerken aan redelijke en passende re-integratieactiviteiten. Zonder deugdelijke grond weigeren kan gevolgen hebben voor het loon en uiteindelijk voor het dienstverband of een uitkering.
8. Kan een werknemer een tweede spoortraject weigeren?
Niet zonder meer. Bij twijfel over belastbaarheid, passend werk of de inspanningen is het verstandig het bezwaar concreet te bespreken en zo nodig een bedrijfsarts, deskundigenoordeel of juridisch adviseur in te schakelen. Zelfstandig stoppen vergroot de risico’s.
9. Wie bepaalt of spoor 2 nodig is?
De werkgever is verantwoordelijk voor de re-integratiebeslissing en baseert die op informatie van onder meer de bedrijfsarts en vaak een arbeidsdeskundige. De werknemer wordt betrokken bij het Plan van aanpak. UWV beoordeelt achteraf de redelijkheid en kwaliteit van de inspanningen.
10. Is een arbeidsdeskundig onderzoek verplicht?
Niet in iedere zaak als afzonderlijke wettelijke stap. Het is vaak wel de aangewezen manier om zorgvuldig te beoordelen of eigen of ander intern werk passend en beschikbaar is en om een extern zoekprofiel te onderbouwen.
11. Hoe lang duurt een tweede spoortraject?
Dat verschilt per startmoment, belastbaarheid en afstand tot de arbeidsmarkt. Het traject loopt vaak gedurende een belangrijk deel van het tweede ziektejaar en kan doorlopen tot werkhervatting, einde wachttijd of een andere juridisch relevante wijziging. De intensiteit moet passend blijven.
12. Kan spoor 2 doorgaan tijdens een behandeling?
Vaak wel, voor zover de belastbaarheid activiteiten toelaat. Behandeling en re-integratie kunnen naast elkaar lopen. De bedrijfsarts adviseert welke opbouw en belasting verantwoord zijn.
13. Wat gebeurt er als er geen nieuwe baan wordt gevonden?
Geen plaatsing betekent niet automatisch dat het traject is mislukt in juridische zin. UWV kijkt of werkgever en werknemer tijdig en adequaat hebben gehandeld. De werknemer kan na de wachttijd een WIA-beoordeling krijgen als aan de voorwaarden is voldaan.
14. Eindigt het arbeidscontract bij de start van spoor 2?
Nee. Het arbeidscontract blijft in beginsel bestaan. Spoor 2 is geen ontslagbesluit. Ook bij werkervaring of detachering elders kan de werknemer nog bij de oorspronkelijke werkgever in dienst zijn.
15. Wat is het verschil tussen tweede spoor en outplacement?
Tweede spoor is re-integratie tijdens ziekte binnen het poortwachterkader. Outplacement is begeleiding van werk naar werk, meestal bij dreigend of daadwerkelijk ontslag, zonder dat langdurige ziekte de wettelijke grondslag hoeft te zijn.
16. Mag de werkgever medische informatie ontvangen?
De werkgever mag niet zomaar een diagnose of medische details ontvangen. De bedrijfsarts deelt wel de informatie die nodig is voor re-integratie, zoals functionele mogelijkheden, verwachte duur en noodzakelijke werkaanpassingen.
17. Wat is een deskundigenoordeel?
Dat is een onafhankelijk oordeel van UWV over bijvoorbeeld passend werk, geschiktheid voor het eigen werk of de re-integratie-inspanningen van werkgever of werknemer. Het is niet bindend, maar kan een vastgelopen proces helpen oplossen.
18. Kan UWV een loonsanctie opleggen als spoor 2 te laat start?
Ja. Te late inzet kan onderdeel zijn van onvoldoende re-integratie-inspanningen. UWV kan de loondoorbetalingsperiode dan met maximaal 52 weken verlengen, tenzij een deugdelijke grond voor het tekort bestaat.
19. Is een nieuwe wet voor het tweede ziektejaar al van kracht?
Nee, niet op de controledatum van deze pagina, 20 juli 2026. Het kabinet heeft in april 2026 een wetsvoorstel aangekondigd voor kleine en middelgrote werkgevers. Tot inwerkingtreding gelden de huidige regels en UWV-richtlijnen.
20. Waar kan ik advies krijgen over een tweede spoortraject?
Voor medische belastbaarheid is de bedrijfsarts de aangewezen deskundige; voor de passendheid van functies vaak een arbeidsdeskundige; voor juridische vragen een arbeidsrechtjurist. Worksense kan werkgevers en werknemers begeleiden bij de praktische uitvoering van tweede spoor re-integratie.
Officiële bronnen en verdere informatie
- UWV – Werkwijzer Poortwachter
- UWV – Eerstejaarsevaluatie
- UWV – Re-integratieverslag
- UWV – Beoordeling re-integratieverslag
- UWV – WIA aanvragen
- Rijksoverheid – Regels en verplichtingen bij ziekte
- Overheid.nl – Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar
- Overheid.nl – Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 658a
- Overheid.nl – Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
- Rijksoverheid – wetsvoorstel re-integratie tweede ziektejaar mkb (nog niet van kracht op 20 juli 2026)
Vrijblijvend overleggen over een tweede spoortraject?
Wilt u weten welke begeleiding past bij uw werknemer, organisatie of persoonlijke situatie? U krijgt één vaste coach, persoonlijke begeleiding en korte lijnen gedurende het traject.